Soms is een Woo-verzoek zo omvangrijk is dat de termijn niet gehaald kan worden. Dan moet je in overleg treden met de Woo-verzoeker over de prioritering van het verzoek. Als een verzoeker na herhaaldelijke pogingen niet bereid is om afspraken te maken, dan moet je als behandelaar zelf keuzes maken over de behandeling van het verzoek. 

Acties

  • Stel zelf prioriteiten
    • Gebruik de Werkwijzer Samen Kiezen om artikel 4.2a van de Woo over overleg tussen behandelaar en verzoeker goed uit te voeren. Zo ben je beter in staat om keuzes te maken.
    • Bedenk, als de verzoeker niet wil overleggen, of jij zelf nog iets kunt doen om vertrouwen te geven dat het overleg tot een goede uitkomst leidt. 
    • Stel zelf prioriteiten als de verzoeker na jouw pogingen niet wil overleggen, maar zijn informatiebehoefte voldoende duidelijk is. In de Werkwijzer Samen Kiezen lees je hoe je een omvangrijk verzoek dan op kunt knippen in delen.
  • Schort de behandeling van het verzoek op als prioriteren niet mogelijk is
    • Overweeg de behandeling van het verzoek op te schorten (op grond van artikel 4:15 lid 2 onder b Awb) als er geen overleg tot stand komt en het niet mogelijk is om zelf prioriteiten te stellen. Dat doe je in principe voor onbepaalde tijd (lees: voor zolang als het duurt). In deze situatie is het immers aan de verzoeker zelf te wijten dat er vertraging optreedt in de afhandeling of dat het verzoek in praktische zin (nog) niet in behandeling genomen kan worden. Het bestuursorgaan kan in feite niet voldoen aan de verplichting om met verzoeker in overleg te treden over prioritering wanneer verzoeker daar geen gehoor aan geeft (artikel 4.2a Woo).
    • Stel de verzoeker tijdig op de hoogte dat je ervoor kiest het verzoek op te schorten. Dat betekent in principe binnen de wettelijke beslistermijn. Doe je dat niet, dan is er niets meer om formeel op te schorten en is de opschorting dus niet rechtsgeldig. De opschorting duurt tot de verzoeker bereid is tot overleg of tot duidelijk is geworden dat het verzoek niet afgehandeld hoeft te worden.
    • Laat de verzoeker weten dat de opschorting wordt beĂ«indigd als er weer overleg tot stand komt (zie artikel 4:15 lid 4 Awb).
      • Let op! Als de verzoeker niet bereid is om afspraken te maken, dan blijft de wettelijke beslistermijn formeel staan. Tegelijkertijd veronderstelt de wet overleg en ACOI vindt het dan ook niet redelijk als verwacht wordt dat het bestuursorgaan uitvoering geeft aan een (zeer) omvangrijk verzoek zonder enige vorm van reĂ«le en oprechte medewerking van de verzoeker. De Woo verbindt geen automatische consequentie aan het niet meewerken van de verzoeker, maar het ACOI ziet hiervoor wel mogelijkheden voor het bestuursorgaan.
  • Stop met het verzoek als opschorten niet tot overleg leidt
    • Als de verzoeker ook na opschorting niet bereid is te overleggen, dan is de laatste mogelijkheid die je hebt om helemaal te stoppen met het verzoek.
    • Deel de verzoeker mee dat het verzoek als ingetrokken wordt beschouwd wanneer er niet binnen een redelijke termijn contact wordt opgenomen. 

    De mogelijkheid om een verzoek eenzijdig te beĂ«indigen blijkt niet direct uit de Woo of jurisprudentie. Tegelijk veronderstelt de wet overleg en ACOI vindt het dan ook niet redelijk als verwacht wordt dat het bestuursorgaan uitvoering geeft aan een (zeer) omvangrijk verzoek zonder enige vorm van reĂ«le en oprechte medewerking van de verzoeker. Denk hierbij aan een ‘wachtperiode’ van drie maanden, maar korter of langer is ook mogelijk als een bestuursorgaan dat gelet op de concrete situatie redelijk acht.

Juridisch kader

  • Een alternatieve afhandeltermijn vaststellen

    Een alternatieve afhandeltermijn, overeengekomen of eenzijdig vastgesteld, moet hoe dan ook passen bij de omvang en complexiteit van het verzoek Ă©n de omstandigheden waaronder het verzoek wordt uitgevoerd. Het kan dan onder meer gaan om het potentiĂ«le aantal bronnen en te bevragen personen, aantallen documenten en pagina’s, aantal te verwachten uitzonderingsgronden en bijbehorende complexiteit voor beoordelen, de te doorlopen zienswijzeprocedure evenals de in redelijkheid te verwachten Woo-capaciteit van het bestuursorgaan in deze periode. Het bestuursorgaan moet te allen tijde kunnen uitleggen waarom deze richting is gekozen en hoe men op deze termijn voor de afhandeling uitkomt.