Filteren

Zoek op instantie

Zoek op datum

Periode

Vanaf

Tot en met

Er zijn geen resultaten die aan het filter voldoen.

ECLI:NL:RVS:2026:2719,

Datum uitspraak: 13 mei 2026

8:29 Awb, Burgemeester Leiden, betreft de zienswijze van de Korpschef t.a.v. Woo-verzoek inz. Pride Leiden 2023.

Beperkte kennisneming gerechtvaardigd. De zienswijze bestaat vrijwel geheel uit informatie over de inhoud van de (delen van) documenten die de burgemeester niet openbaar heeft gemaakt. Of de zienswijze had moeten worden gegeven aan verzoeker staat ook ter beoordeling in het geschil in de bodemprocedure. Daarom al kan de informatie niet gedurende de loop van de procedure worden verstrekt, omdat daarmee vooruitgelopen zou worden op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure en die in zoverre zinloos zou worden.

ECLI:NL:RVS:2026:2770

Datum uitspraak: 13 mei 2026

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (M.BZK), inz. door het ministerie van Financiën (FIN) doorgezonden verzoek inz. personeelsdossiers ABD (Algemene Bestuursdienst) (beroep: ECLI:NL:RBROT:2025:991).

·        Doorzendplicht (4.2/1): verzoeker wil in feite meer dan blijkt uit de bewoordingen van zijn Woo-verzoek (nl. documenten waar de namen in staan, bijv. door ondertekening, i.p.v. het verkrijgen van namen). De rechtbank heeft op goede grond geoordeeld dat het om namen te doen was. De Afdeling heeft geen aanleiding hier anders over te oordelen.

·        5.1/2.e t.a.v. namen van ABD-managers: zij treden niet wegens hun functie in de openbaarheid, dus was het aan verzoeker om aannemelijk te maken dat het belang van openbaarheid zwaarder weegt. Dat heeft verzoeker niet gedaan, dus M.BZK heeft de namen terecht geweigerd (zie ook RVS:2025:4322). Daarom is de rechtbank ook op goede gronden niet toegekomen aan de beoordeling van de wijze van verstrekking.

·        Zoekslag: de Afdeling schaart zich achter het oordeel van de rechtbank. Er is alleen verzocht om namen openbaar te maken en dus hoefde er niet daadwerkelijk naar documenten gezocht te worden. En dus hoefden ze niet met beroep op 8:29 Awb aan de Afdeling te worden gezonden. Verder is geen sprake van een (onvolledige) zoekslag: gelet op de bewoordingen van het verzoek is er namelijk geen sprake van een situatie waarin daadwerkelijk is gezocht naar documenten die mogelijk vertrouwelijke informatie bevatten.

·        Vindplaats van reeds openbaar gemaakte stukken (4.5 lid 2 Woo): het jaarverslag en de jaarrapportage van de ABD zijn reeds openbaar en hoeven dus niet nogmaals openbaar gemaakt te worden (RVS:2017:3563, RVS:2010:BO1165, RVS:2022:2055). Vindplaats en inhoud zijn aan verzoeker medegedeeld, er hoefde geen verwijzingslink te worden opgenomen.

·        Dwangsom: verzoeker wijst op de uitspraak RVS:2021:2346 m.b.t. de termijn bij deelbesluiten. Daar ging het om gefaseerde besluitvorming voor één Woo-verzoek bij één bestuursorgaan en dat is hier niet aan de orde, want hier zijn het twee ministers die voor hun deel van het verzoek een besluit moeten nemen. In de door appellant aangehaalde uitspraak RBROT:2022:5237 ging het om beroep niet tijdig tegen M.FIN. Deze opdracht geldt niet voor M.BZK. Daarom heeft M.BZK niet via deze uitspraak of anderszins een dwangsom verbeurd.

·        Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn: zelfs als wordt uitgegaan van de datum die verzoeker bepleit, is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn, dus dit verzoek is afgewezen.

ECLI:NL:RVS:2026:2698

Datum uitspraak: 12 mei 2026

8:29 Awb, Korpschef politie, betreft inzage Wpg (Wet politiegegevens).

Er zijn door de Korpschef overzichten en informatie verstrekt over verwerkingen van persoonsgegevens van appellanten en van hun zoon. Appellanten vinden dat zij meer moeten kunnen krijgen. De Afdeling heeft voorafgaand aan de zitting de Korpschef vragen gesteld en de antwoorden op vraag 2 zouden vertrouwelijk zijn. Beperkte kennisneming is gerechtvaardigd. De antwoorden bevatten informatie over de inhoud van de 4 registraties. Of daar inzage in mag worden verkregen staat ter beoordeling in de bodemprocedure en al daarom kan deze informatie niet gedurende de procedure worden verstrekt, omdat daarmee vooruitgelopen zou worden op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure en die in zoverre zinloos zou worden.

ECLI:NL:RVS:2026:2680

Datum uitspraak: 11 mei 2026

8:29 Awb, Minister van Defensie (M.DEF), inz. besluit verklaring van geen bezwaar in te trekken, o.a. veldonderzoeken.

Beperkte kennisneming is gerechtvaardigd. Betreft namen van derden en informatie die inzicht kan geven in bronnen en werkwijze MIVD. Kennisname zou effectieve uitvoering van taken MIVD kunnen belemmeren. Belang bij bescherming van bronnen en werkwijze inlichtingenwerk weegt zwaarder.

ECLI:NL:RVS:2026:2568

Datum uitspraak: 6 mei 2026

B en W Schouwen-Duiveland, verzoek ex 5.5 Woo.

·        De verstrekking van een aantal documenten was door het college geweigerd omdat ze al verstrekt waren op grond van AVG. Per document motiveren zou volgens de Afdeling leiden tot herhalingen die geen redelijk doel dienen, dus mocht worden volstaan met algemene toelichting. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het motiveringsgebrek was hersteld.

·        Het argument dat de eerdere verstrekking via AVG de openbaarmakingsplicht van de Woo niet opheft, wat daar ook van zij, leidt niet tot oordeel dat documenten nogmaals verstrekt moeten worden. Er is niet verzocht om openbaarmaking voor eenieder en niet aannemelijk is  gemaakt dat 5.5 Woo leidt tot verstrekking van meer of andere documenten dan verzoeker onder AVG heeft gekregen. Hij heeft via een beroep op de AVG niet alleen een kopie van de persoonsgegevens gekregen, maar afschriften van hele documenten. Het college hoefde die niet nogmaals te verstrekken.

·        Terecht is overwogen dat eventuele schending van de Archiefwet 1995 nog niet betekent dat het college documenten onder zich heeft die ten onrechte niet openbaar zijn gemaakt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er is verwijderd wat onder het college had behoren te berusten. Een nader stuk ter onderbouwing dat na sluiting van onderzoek ter zitting is ingediend is niet bij de beoordeling betrokken omdat niet gebleken was dat verzoeker het stuk niet vóór de zitting had kunnen indienen (goede procesorde).

·        Wat is aangevoerd over de zoekslag betreft een herhaling van wat was aangevoerd in beroep. Er zijn geen redenen aangevoerd waarom de beoordeling van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank.

ECLI:NL:RVS:2026:2435

Datum uitspraak: 29 april 2026

Wpg (de Wet politiegegevens), korpschef politie.

Verzoek tot verwijdering persoonsgegevens. De 2 registraties zijn inmiddels vernietigd, dus in zoverre geen belang. Afdeling gaat alleen op de (gedeeltelijke) weigering van de inzage.

De korpschef had stukken met beroep op 8:29 Awb (beperkte kennisneming) willen overleggen, maar de toestemming in de zin van lid 5 werd geweigerd door appellant. De Afdeling kan daardoor niet nagaan of de inzage terecht is geweigerd en daarom wordt er vanuit gegaan dat dit op juiste gronden is gebeurd. Een ander oordeel zou het onaanvaardbare resultaat hebben dat de Afdeling zonder beoordeling ervan uit moet gaan dat gedeeltelijke inzage onterecht is.

Hij vordert ook € 500.000 schadevergoeding, terwijl 8:89 lid 2 uitgaat van een maximum van € 25.000. De Afdeling is onbevoegd; hiervoor moet hij naar de burgerlijke rechter. Had hij willen beperken dan wijst de Afdeling het verzoek af omdat hij niet heeft onderbouwd hoe hij schade heeft geleden door het besluit.

ECLI:NL:RVS:2026:2397

Datum uitspraak: 29 april 2026

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (M.SZW - Arbeidsinspectie), voorlopige voorziening (vovo) t.a.v. boete van € 5.400 opgelegd waarbij is besloten tot publicatie van betreffende inspectiegegevens voor periode van 5 jaar.

Openbaarmaking heeft transparantie over inzet, werkwijze en resultaten over arbeidsinspectie en informeren van publiek tot doel. Stelselmatig achterstellen van algemeen belang aan het belang van overtreders doet ernstig afbreuk aan doelstellingen van openbaarmaking. Daar tegenover staat belang dat hoger beroep na openbaarmaking geen betekenis meer heeft vanwege onomkeerbaarheid. Vovo-rechter vindt dit laatste belang zwaarder wegen en dus mag het niet openbaar tot op hoger beroep is beslist.

ECLI:NL:RVS:2026:2236

Datum uitspraak: 24 april 2026

8:29 Awb (beperkte kennisneming), minister van Justitie en Veiligheid (M.JenV), betreft interne e-mailcorrespondentie van ambtenaren van de Raad voor de Kinderbescherming in relatie tot inzageverzoek.

Kennisneming van persoonsgegevens kan leiden tot aantasting van belang persoonlijke levenssfeer. Ook zonder die gegevens wordt hij niet in procesvoering belemmerd, ook niet gesteld in verzoek. Hij stelt e-mailadres te kennen maar onderbouwt niet om welk adres het dan zou gaan; dit zou eveneens betekenen dat hij niet in procesvoering wordt belemmerd. Zijn belang hoeft niet zwaarder te worden gewogen. Gerechtvaardigd. De beoordeling is beperkt tot dit geheimhoudingsverzoek dus andere naar voren gebrachte aspecten worden niet beoordeeld.  

ECLI:NL:RVS:2026:2338,

Datum uitspraak: 23 april 2026

8:29 Awb (beperkte kennisneming), B en W Rotterdam.

Appellant heeft gedingstukken overgelegd met verwijzing naar 8:29 Awb. Betreft medische gegevens van burger. Dit zijn bijzondere persoonsgegevens, waarbij verstrekking de persoonlijke levenssfeer kan schaden. Dit belang van appellante weegt zwaarder dan belang van het college om kennis te nemen van de stukken. Van belang dat college niet zodanig in zijn procesbelang wordt geschaad dat dit zwaarder moet worden gewogen. Gerechtvaardigd.

ECLI:NL:RVS:2026:2287

Datum uitspraak: 22 april 2026

Kansspelautoriteit, last onder dwangsom aan Holland Casino (HC) + openbaarmaking dwangsombesluit.

Past in kader van toezichthoudende taak om dwangsombesluiten te publiceren, zodat bekendheid wordt gegeven aan uitvoering taak en consument wordt gewaarschuwd. Ook bij spontane openbaarmaking ex 8 Wob of 3.1 Woo is belangenafweging geboden (m.b.t. onevenredig nadeel). Hier niet aangevoerd waarom openbaarmaking in dit concrete geval voor HC onevenredig benadelend is geweest. Gestelde reputatieschade is niet met concrete gegevens gemotiveerd. Daarom mocht belang om te informeren en waarschuwen zwaarder worden gewogen.

Last onder dwangsom is terecht opgelegd en invorderingsbesluit is rechtmatig, dus oordeel dat mocht worden overgegaan tot openbaarmaking is terecht. Geen grond voor onevenredige benadeling. De uitspraak is summier gemotiveerd, maar dat betekent nog niet dat de uitspraak van de rechtbank onzorgvuldig is. Enkele feit dat niet alle onderbouwde stellingen zijn vermeld is onvoldoende en daarnaast is de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen.

ECLI:NL:RVS:2026:2337

Datum uitspraak: 21 april 2026

8:29 Awb (beperkte kennisneming), minister van Justitie en Veiligheid (M.JenV), inz. aanwezigen kerkelijke gebouwen 2020, betreft (o.a.) zienswijzen op Wob-stukken.

·         Zienswijze is op de zaak betrekking hebbend stuk, aard en betekenis brengen mee dat deze in beginsel ongeschoond deel uitmaakt van processtukken.

·         Bijlage waarop minister heeft aangemerkt welke delen volgens hem niet openbaar moeten worden. Vraag of achterwege blijven van openbaarmaking terecht is, staat ter beoordeling in bodemprocedure. Daarom kan deze info niet gedurende proces worden verstrekt, omdat procedure dan zinloos zou worden. In zoverre gerechtvaardigd.

·         Geldt ook voor zover in bijlagen toelichting wordt gegeven over mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Die bevatten info over inhoud die volgens minister niet openbaar zou moeten.

·         Verder, privacygevoelige info zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers: belang eerbiediging persoonlijke levenssfeer weegt zwaarder.

·         Maar: anders voor delen van zienswijzen waarin derden instemmen met voorstel minister. Met de verstrekking wordt niet vooruitgelopen op oordeel in bodemprocedure. In zoverre niet gerechtvaardigd.

ECLI:NL:RVS:2026:2154

Datum uitspraak: 20 april 2026

8:29 Awb (beperkte kennisneming), minister van Justitie en Veiligheid (M.JenV), betreft (o.a.) zienswijzen op Wob-stukken (Wet openbaarheid van bestuur).

·         Namen en e-mailadressen van ambtenaren en Kamerleden zijn ook niet openbaar in de Wob-stukken, dus staat ter beoordeling in geschil in de bodemprocedure. Daarom kan deze info niet gedurende proces worden verstrekt, omdat bodemprocedure dan zinloos zou worden. In zoverre gerechtvaardigd.

·         Zienswijze is op de zaak betrekking hebbend stuk en dus in beginsel ongeschoond deel van processtukken. Hier gaat het om een (juridische) onderbouwing. Enkele feit dat in de passage een motivering van de gedeeltelijke weigering is gesuggereerd, terwijl de minister zijn besluit heeft gebaseerd op een andere motivering, maakt niet dat de verzoeker in het geheel geen kennis mag nemen van de passage. De passage ziet weliswaar op een Wob-stuk, maar een deel van de info is opgenomen in wat reeds openbaar is gemaakt en werpt geen licht op de inhoud van de gelakte info. Dat deel maakt bovendien onderdeel uit van de totstandkoming van besluitvorming, wat van belang is voor de procesvoering van verzoeker. Voor dit deel dus niet gerechtvaardigd.

ECLI:NL:RVS:2026:2200

Datum uitspraak: 20 april 2026

8:29 Awb beperkte kennisneming, Autoriteit Persoonsgegevens (AP), betreft onderzoek naar bezoekerstellingen in binnenstad Enschede.

De stukken bevatten bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk zijn verstrekt door Bureau RMC en PFM Netherlands BV. Info m.b.t. broncode en technische werking van systemen die zijn gebruikt om MAC-adressen te verzamelen en te pseudonimiseren. Kan belangen onevenredig schaden. Bekend worden kan verder leiden tot aantasting van belang van inspectie, controle en toezicht door AP (RVS:2021:2200), kan betekenen dat organisaties terughoudender worden te verstrekken wat volledig en efficiënt onderzoek bemoeilijkt. Gerechtvaardigd.

ECLI:NL:RBZWB:2026:3082

Datum uitspraak: 16 april 2026

Minister van Klimaat en Groene Groei (M.KGG), inz. totstandkoming en uitvoering subsidie van de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Tussenuitspraak.

·         Dwangsom: geschil over juistheid van in rechterlijke uitspraak vastgestelde dwangsom kan niet aan bestuursrechter worden voorgelegd, dus naar bevoegde civiele rechter. Dus onbevoegd; bezwaar was daarom ook niet-ontvankelijk geweest.

·         Reikwijdte: pas in bezwaar om bepaalde informatie gevraagd. Geen aanknopingspunt dat quick en dirty-analyse valt onder reikwijdte. Maar uitvoeringstechnische bezwaren Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vallen er wel onder, want kunnen betrekking hebben op wijzigingen van 12 naar 24 maanden. Minister betwist verder dat er een overzicht bestaat met klachten over 12-maandentermijn. Maar als deze wel bestaat, valt die wel binnen reikwijdte van het verzoek, want in verzoek wordt letterlijk gevraagd om alle klachten openbaar te maken en kunnen ze hebben geleid tot aanpassing van de termijn.

·         Zoekslag: meer documenten? Op informatie aantal klachten Vereniging Eigen Huis en beantwoording persvragen RTL is gereageerd, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat overzicht is gemaakt van bij RVO ingediende klachten. Bij stukken overgelegd onder 8:29 Awb zitten geen klachten of reacties daarop, dus niet duidelijk hoe minister zoekslag heeft ingericht en ook niet inzichtelijk gemaakt dus motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. Minister krijgt gelegenheid zoekslag alsnog inzichtelijk te maken en evt. te beoordelen (bestuurlijke lus). Hetzelfde geldt voor gevraagde dataset m.b.t. in hoeverre aanvragen zijn afgewezen omdat ze niet binnen 12 maanden werden ingediend.

·         Er is ten onrechte informatie die binnen reikwijdte valt weggelakt op ‘4.1/4 Woo’, want dit betreft 12/24-maandentermijn. Daarom slaagt de grond t.a.v. het lakken.

·         Doorzendplicht Economische Zaken (EZ): verzoek was eerst gericht aan ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), onder kabinet-Schoof opgesplitst in EZ en KGG. Meest recent openbaar gemaakte stukken waren door EZK, dus die documenten zitten al bij openbaar gemaakte documenten. Er hoeft daarom niet opnieuw te worden doorgestuurd.

ECLI:NL:RBZWB:2026:3083

Datum uitspraak: 16 april 2026

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (M.BZK), inz. totstandkoming en uitvoering subsidie Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Tussenuitspraak.

·         Doorzending (4.2 Woo): minister heeft zich beperkt tot documenten die niet ook bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aanwezig zijn en al door RVO zijn beoordeeld. Het doorzendbericht van RVO heeft Woo-verzoek ingekaderd, wat betekent dat de minister alle documenten openbaar moet maken die hierbinnen vallen, ongeacht of ze al door de RVO openbaar gemaakt of beoordeeld waren. Gebrek.

·         Zoekslag: meer documenten? Er is door verzoeker niet concreet gemaakt wat er niet klopt aan de zoekslag, niet concreet en aannemelijk gemaakt dat en welke documenten ontbreken.

·         Er zijn inconsistenties in het lakwerk, maar deze fouten leiden op zichzelf niet tot vernietiging want als een document eenmaal openbaar is gemaakt, dan is het openbaar. Dat hetzelfde document op een andere plaats gelakt is, maakt dat niet meer uit. Verder zijn er geen passages aangetroffen waarin ten onrechte is gelakt of waarvan de belangenafweging de toets der kritiek niet zou doorstaan.

ECLI:NL:RBOVE:2026:2066

Datum uitspraak: 15 april 2026

Korpschef Politie, verzoek onderzoeksjournalist (gesteld in verzoek) inz. rapporten ‘Veiligheidsbeeld CTER’ uit 2016 en 2017.

·         Hoorplicht geschonden

·        De Wet politiegegevens (Wpg): het overgrote deel van de inhoud is om deze reden geweigerd. Het betreft echter niet allemaal politiegegevens, want niet te herleiden tot identificeerbare natuurlijke personen / algemene informatie afkomstig uit openbare bronnen. Rechtbank kan zich ook voorstellen dat het alleen openbaar maken van totale aantallen niet zinledig is, maar juist nuttige informatie kunnen zijn (zonder herleidbaarheid).

·         5.1/1.b, 5.1/1.c, 5.1/2.d, 5.1/2.e, 5.1/2.i, 5.1/5 en 5.2.1 Woo: onvoldoende gemotiveerd:

o    De Veiligheidsbeelden bevatten veel algemene informatie, deels uit openbare bronnen. De enkele vermelding van cijfercodes die corresponderen met Woo-gronden bij grote stukken tekst is onvoldoende motivering waarom die belangen zich verzetten tegen openbaarmaking van vrijwel alle informatie. De korpschef moet beter motiveren, waarbij specifieker en gedetailleerder op de betreffende informatie moet worden ingegaan.

o    Ook moet gespecificeerd worden welke info als persoonlijke beleidsopvattingen is gekwalificeerd (door cumulatie van gronden). De rechtbank begrijpt dat de politie zich niet teveel in de kaart wil laten kijken, maar nu is onduidelijk waarom op vrijwel alle informatie, incl. bronnen en publicaties, codes 8 en 12 van toepassing is. De informatie is verder meer dan 5 jaar oud; aan de verzwaarde motiveringsplicht van 5.3 Woo is niet voldaan.

o    Wel mochten de namen van de ‘redactie’ van de rapporten worden gelakt (5.1/2.e Woo)

o    Padnaam (link naar intranet) is terecht geweigerd (5.1/2.i Woo), link naar CBS-onderzoek wel verstrekt.

o    Niet aannemelijk gemaakt dat er concepten van de rapportages zijn, geen reden om niet te volgen dat er wel is gezocht maar niets is gevonden.

·         Schending van 3:3 Awb door wijzigingsbesluit te nemen? Geen sprake van; grondslag en motivering waren gebrekkig dus bevoegdheid om wijzigingsbesluit te nemen is niet gebruikt voor ander doel dan waarvoor deze is verleend.

·         Proceskostenvergoeding in bezwaar? Besluit was gedeeltelijk herroepen, dus ja. Is erkend.

·         Vergoeding griffierecht en proceskosten in beroep. Verletkosten: gevraagd om € 175 voor 3.5 uur, maar niet onderbouwd, dus minimale tarief Bpb = 3,5 x € 9 (€ 31,50).

ECLI:NL:RBAMS:2026:3626

Datum uitspraak: 15 april 2026

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (M.LVVN), verzoek WakkerDier inz. documenten uit Meerjarig Nationaal Controleplan 2023-2025 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

·         5.1/2.d Woo: dit betreft nalevingsresultaten op gebied van dierenwelzijn, benodigde handhavingstrajecten en de prioritering daarvan per doelgroep.

Hoewel de weigeringsgrond op grote delen van toepassing kan zijn, kon de minister niet integraal weigeren. Minister heeft een concreet en voorstelbaar belang aangevoerd: de gedetailleerde inzichten kan doelgroepen in staat stellen gedrag aan te passen wat kan leiden tot substantiële ondermijning van toezicht, waarmee belang van effectieve handhaving op onaanvaardbare wijze zou worden geschaad. Hoewel dit in abstracto een weigering kan dragen, moet de minister nog steeds per documentonderdeel aangeven of het eronder valt. Dit ontbreekt en de documenten bestaan ook uit onderdelen die niet zonder nadere motivering kunnen worden aangemerkt als toezichtondermijnende openbaarmaking. Eveneens geen zodanige verwevenheid met uitkomst van inspectie, controle of toezicht dat integrale weigering gerechtvaardigd is. Niet gelijkgesteld met standaardgegevens zonder zelfstandige betekenis. Door afwezigheid van differentiatie is geen kenbare toepassing gegeven aan het uitgangspunt van openbaarmaking.  

·         5.1/2.i Woo m.b.t. auditprogramma NVWA 2024 + bijlage die ingaat op verschillende auditonderwerpen: kon niet integraal worden toegepast voor deze twee documenten.

Er is met name gewezen op de (niet geconcretiseerde) omstandigheid dat medewerkers terughoudender zullen zijn om mee te werken aan interne audits. Onvoldoende, want het gaat hier vooral om aspecten van bedrijfsvoering en geen (vertrouwelijke) gespreksverslagen die direct herleidbaar zijn. Daarom niet zonder meer aannemelijk dat openbaarmaking ertoe leidt dat men minder bereid zal zijn mee te werken. Ook niet gebleken van situatie die belangenafweging op abstract niveau rechtvaardigt. 

·         Er is gewezen op passages waarin concrete kwetsbaarheden van de NVWA opgenomen zijn, o.a. ICT-beveiliging. Voorstelbaar dat dit de weigering wel kan dragen, omdat organisatie kan worden blootgesteld aan misbruik door derden, bijv. gerichte digitale aanvallen. Ligt wel op de weg om per documentonderdeel te komen met gespecificeerde motivering. Voor het overige geldt dat zonder nadere motivering niet inzichtelijk is dat daadwerkelijk functioneren zou worden belemmerd.

ECLI:NL:RVS:2026:2063

Datum uitspraak: 15 april 2026

Nationale ombudsman (NO), inz. door verzoeker bij NO ingediende klachten (in relatie tot Stichting de Verbeelding). De namen van medewerkers zijn aangemerkt als informatie bedoeld in 5.5 lid 1 Woo.

·         De naam van de medewerker is verstrekt onder voorwaarde dat hij deze niet verder verspreidt, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer (niet vanuit functie in de openbaarheid: hij is onderzoeker). Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat enkele omstandigheid dat medewerker in het kader van zijn werk weleens contact heeft met personen van buiten de organisatie nog niet maakt dat hij de organisatie vertegenwoordigt en zodoende wegens zijn functie in de openbaarheid treedt. Beslissend was welke functie de onderzoeker uitoefende ten tijde van de totstandkoming van het document: NO hoefde daarom niet uit te gaan van een na die totstandkoming verkregen andere functie waarbij hij wel in de openbaarheid trad. De vaste werkwijze van NO verzet zich niet tegen onder voorwaarde verstrekken van informatie.

·         Borgingsplicht 4.1a Woo: rechtbank achtte aannemelijk dat de mails die nog in de mailbox zaten niet relevant waren (want slepen en controle maand na uitdiensttreding). Vernietiging e-mailbox was niet in strijd met 4.1a Woo.

·         5.5 Woo: Informatie over de lengte van een lijst met contactafspraken is niet aan te merken als informatie die op de verzoeker betrekking heeft. Terecht geweigerd.

·         Proceskostenvergoeding? Beroepsmatig karakter niet gebleken, mocht van verzoeker worden verwacht dat hij onderbouwt. Dat daadwerkelijk is betaald blijkt niet uit facturen en betaalbevestiging omdat daarin geen bedragen zichtbaar zijn.

·         Verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Nieuw besluit n.a.v. rechtbankuitspraak,  van rechtswege beroep:

·         5.3 Woo is niet van toepassing op verzoeken om verstrekking van informatie op grond van 5.5 Woo. Het vermeldt immers een te maken weging t.a.v. algemeen belang, dat bij 5.5 Woo geen rol speelt. Laat onverlet dat leeftijd moet worden betrokken bij de weging t.o.v. belang verzoeker.

·         Belang bij kennisneming kon redelijkerwijs minder zwaar worden gewogen dan belang van voeren van intern beraad. Er lopen klachten over hetzelfde onderwerp als klachten waarover hij informatie heeft gevraagd. Dat de info ouder is dan vijf jaar noopte daarom redelijkerwijs niet tot andere uitkomst van de weging.

·         NO heeft betrokken personen gevraagd of zij instemmen met verstrekken van opvattingen in geanonimiseerde vorm; dat was niet het geval. Betoog dat dit niet zou zijn gebeurd slaagt niet.

·         Er wordt vanuit gegaan dat er een volledige lijst met contactmomenten die op appellant betrekking hebben is verstrekt.

ECLI:NL:RVS:2026:2046

Datum uitspraak: 15 april 2026

Beslissing ogv 8:29 Awb. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (M.OCW). Zowel verzoeker als M.OCW hebben hoger beroep aangetekend.

Document 1 is onderwerp van geschil in de hoofdzaak Woo, dus daarover wordt geen beslissing genomen gelet op 8:29 lid 6 Awb.

Document 2 is de daadwerkelijke verklaring van overbrenging, die buiten reikwijdte Woo-verzoek valt. Hierin staan andere namen dan in het concept (document 1). Geen gewichtige redenen want het betreft namen van personen die in de uitoefening van hun functie in de openbaarheid treden en zij kunnen daarom in mindere mate beroep doen op de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Niet gerechtvaardigd.

ECLI:NL:RVS:2026:2096

Datum uitspraak: 15 april 2026

LUMC (de Raad van Bestuur van het Leids Universitair Medisch Centrum), inz. contracten/overeenkomsten uit Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) m.b.t. medische hulpmiddelen. LUMC is in hoger beroep gegaan, verzoeker in incidenteel hoger beroep.

·         De AVG geeft geen invulling aan het recht op en beperkingen van toegang tot overheidsinformatie. De Staat moet zorgen dat belangen van burgers niet nodeloos worden geschaad, wat meebrengt dat informatie over burgers alleen openbaar wordt als dat noodzakelijk is. M.b.t. persoonlijke levenssfeer is dit 10.2.e Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Vanuit 3 lid 3 Wob hoeft verzoeker geen belang te stellen; Wob gaat er vanuit dat dit belang in beginsel geen rol speelt. Belang dat hij inzicht wil in afspraken kan daarom geen rol spelen bij de beoordeling of namen mochten worden gelakt.

·         M.b.t. namen van hoogleraren en/of gerenommeerde onderzoekers/wetenschappers: enkele omstandigheid dat deze persoon publiceert, betekent nog niet dat deze medewerker ook vanuit zijn functie bij LUMC in de openbaarheid treedt. Daarbij is relevant of deze medewerker in specifieke situatie als vertegenwoordiger optreedt. In beginsel sprake van als medewerker vanuit zijn functie een bestuurlijke aangelegenheid behartigt en op basis van positie als bestuurder of krachtens volmacht/mandaat als vertegenwoordiger naar buiten treedt.

o    In dit geval zijn dat de leden RvB en divisiemanagers die overeenkomsten hebben getekend met derden.

o    Niet de (arts)onderzoeker die ‘voor gezien’ heeft ondertekend; zij zijn dan alleen bij bepaald project betrokken op basis van wetenschappelijke of klinische expertise, maar niet gemachtigd tot vertegenwoordiging bij sluiten van de overeenkomsten.

o    Niet medewerkers waarvan in overeenkomst vermeld is dat zij op congres zullen spreken of lezing zullen geven.

·         Dus: niet alleen al vanwege gezaghebbendheid op vakgebied uit hoofde van de functie naar buiten treden. Rechtbank ten onrechte overwogen.

·         Ook ten onrechte overwogen dat het op weg van LUMC lag te inventariseren hoe personen zelf tegenover weigering stonden: 10 lid 3 Wob bevat geen verplichting (RVS:2019:3713).

·         Gegevens van ondertekenaars zijn openbaar gemaakt en voor het overige zijn gegevens terecht geweigerd. Niet aannemelijk gemaakt dat belang openbaarheid zwaarder weegt, herleidbaarheid.

·         Zoekslag: volgens verzoeker zijn de aanwijzingen van de rechtbank hoe er gezocht moest worden niet de ‘best practice’. Hij heeft qua inzichtelijk maken van de zoekslag echter gelijk gekregen van de rechtbank en het overige is niet gericht tegen een dragende motivering dus betoog kan niet slagen.

·         10 EVRM: wat er ook zij van de juistheid van de overwegingen, het betoog van LUMC is niet gericht tegen dragende overwegingen dus betoog kan niet slagen.