Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (M.BZK), inz. door het ministerie van Financi毛n (FIN) doorgezonden verzoek inz. personeelsdossiers ABD (Algemene Bestuursdienst) (beroep: ECLI:NL:RBROT:2025:991).

路聽聽聽聽聽聽聽 Doorzendplicht (4.2/1): verzoeker wil in feite meer dan blijkt uit de bewoordingen van zijn Woo-verzoek (nl. documenten waar de namen in staan, bijv. door ondertekening, i.p.v. het verkrijgen van namen). De rechtbank heeft op goede grond geoordeeld dat het om namen te doen was. De Afdeling heeft geen aanleiding hier anders over te oordelen.

路聽聽聽聽聽聽聽 5.1/2.e t.a.v. namen van ABD-managers: zij treden niet wegens hun聽functie in de openbaarheid, dus was het aan verzoeker om aannemelijk te maken dat het belang van openbaarheid zwaarder weegt. Dat heeft verzoeker niet gedaan, dus M.BZK heeft de namen terecht geweigerd (zie ook RVS:2025:4322). Daarom is de rechtbank ook op goede gronden niet toegekomen aan de beoordeling van de wijze van verstrekking.

路聽聽聽聽聽聽聽 Zoekslag: de Afdeling schaart zich achter het oordeel van de rechtbank. Er is alleen verzocht om namen openbaar te maken en dus hoefde er niet daadwerkelijk naar documenten gezocht te worden. En dus hoefden ze niet met beroep op 8:29 Awb aan de Afdeling te worden gezonden. Verder is geen sprake van een (onvolledige) zoekslag: gelet op de bewoordingen van het verzoek is er namelijk geen sprake van een situatie waarin daadwerkelijk is gezocht naar documenten die mogelijk vertrouwelijke informatie bevatten.

路聽聽聽聽聽聽聽 Vindplaats van reeds openbaar gemaakte stukken (4.5 lid 2 Woo): het jaarverslag en de jaarrapportage van de ABD zijn reeds openbaar en hoeven dus niet nogmaals openbaar gemaakt te worden (RVS:2017:3563, RVS:2010:BO1165, RVS:2022:2055). Vindplaats en inhoud zijn aan verzoeker medegedeeld, er hoefde geen verwijzingslink te worden opgenomen.

路聽聽聽聽聽聽聽 Dwangsom: verzoeker wijst op de uitspraak RVS:2021:2346 m.b.t. de termijn bij deelbesluiten. Daar ging het om gefaseerde besluitvorming voor 茅茅n Woo-verzoek bij 茅茅n bestuursorgaan en dat is hier niet aan de orde, want hier zijn het twee ministers die voor hun deel van het verzoek een besluit moeten nemen. In de door appellant aangehaalde uitspraak RBROT:2022:5237 ging het om beroep niet tijdig tegen M.FIN. Deze opdracht geldt niet voor M.BZK. Daarom heeft M.BZK niet via deze uitspraak of anderszins een dwangsom verbeurd.

路聽聽聽聽聽聽聽 Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn: zelfs als wordt uitgegaan van de datum die verzoeker bepleit, is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn, dus dit verzoek is afgewezen.